|
Overstuur Hieronder vind je de informatie om overstuur tegen te gaan. 1. Maak de voorkant smaller door 1 of meerdere ringen weg te nemen. De smalste ring is meestal 0.5cm van een chassis, indien je direct resultaat wil voelen kan je aan beide kanten 1 cm smaller gaan door een dikke ring weg te nemen. Door de voorkant smaller te maken zal de kart rustiger de bocht ingaan wat minder druk brengt op de achteras. De kart zal vlugger insturen. 2. Maak de achterkant breder, hou er wel rekening mee dat er voor bepaalde klasses een maximum breedte bestaat die niet mag overscheden worden. Vanaf de ICA klasse is de algemen regel 104 cm. Men meet altijd van de buitenkant van de linkervelg naar de buitenkant van de rechtervelg. 3. Gebruik achteraan langere naven, dit zorgt ervoor dat de achteras minder kan doorbuigen tussen het chassis en de naaf waardoor het geheel stijver wordt. 4. Gebruik achteraan aluminium naven, als je dit al doet kan je deze stap uiteraard overslaan. Aluminium is zwaarder en steviger dan magnesium waardoor het meer grip biedt. 5. Gebruik vooraan kortere naven, respecteer wel de breedte die je had met de langere dus dan zal je het aantal ringen tussen en de fusee ook moeten aanpassen. Je kan vooraan ook de aluminium naven vervangen door magnesium naven. 6. Plaats het chassis achteraan in een hogere stand (chassis hoger van de grond), ook wel de regen setup genoemd. Dit zorgt achteraan voor meer grip. Om een bocht te kunnen nemen moet het binnenste wiel naar voren komen zodat het buitenste wiel kan draaien. Wanneer het chassis hoger van de grond staat zal het binnenste wiel minder makkelijk van de grond komen waardoor de achterkant stabieler wordt. De hoek is groter waardoor er meer druk ontstaat op het buitenste wiel. 7. Verkleinde caster hoek, plaats de fusee voorover. 8. Plaats achteraan een torsiebar. Dit maakt het chassis achteraan stijver en zorgt dus voor meer grip. 9. Plaats de stoel meer naar achter, dit zorgt voor meer druk op de achteras waardoor er meer grip ontstaat. Wanneer je aan het rijden bent moet je ook zorgen dat je altijd goed naar achter zit in je stoel om een maximale druk op de achteras te creëren. 10. Probeer wat te spelen met de bandenspanning om te zien als het rijden enig resultaat oplevert. Rij altijd minstens 3-4 ronden om de banden de tijd te geven op de juiste temperatuur te komen. 11. Vervang de achteras door een hardere, dit is de meest radicale en ook de duurste oplossing. Maar soms is er geen andere keus. Iedere chassismerk heeft verschillende types achterassen. Van zacht naar hard, hoe harder hoe meer grip ze bieden.
Onderstuur Hieronder vind je de informatie om onderstuur tegen te gaan. 1. Maak de voorkant breder, hierdoor zal het binnenste acchterwiel sneller van de grond komen waardoor de kart makkelijker stuurt. 2. Maak de achterkant smaller, best per 0.5 cm per keer aan elke kant. 3. Plaats achteraan kortere naven of vervang de aluminium naven door magnesium naven. Hierdoor wordt achterkant slapper en krijgt de voorkant meer grip. 4. Plaats vooraan lagere naven of vervang de magnesium naven door aluminium naven. 5. Plaats vooraan een torsiebar in het chassis, dit maakt de voorkant direct veel stijver. De kart zal merkbaar beter insturen. 6. Vergroot de caster hoek, plaats de fusee dus meer naar achter. 7. Plaats het chassis vooraan hoger, dit kan je doen door het aantal ringen aan te passen die zich onder en boven de fusie bevinden. 8. Plaats achteraan een zachter as. 9. Plaats de stoel meer naar voren om de druk weg te nemen op de achteras. 10. Plaats het chassis achteraan in de laagste stand (chassis zo dicht mogelijk tegen de grond, de "droog weer setup")
|